Veiligheidsbeleid

Door Thomas Morbee en Michiel Verhulst

Wat is een lokaal integraal veiligheidsbeleid?

De Kadernota definieert integrale veiligheid als het concept om criminaliteit, overlast en verkeersveiligheid in al hun aspecten in een zo breed mogelijke context te benaderen. De kerngedachte hierbij is de permanente aandacht voor zowel proactie, preparatie, preventie, reactie en opvolging. Veiligheid is dan ook veel meer dan preventie of politieacties alleen. Het specifiek karakter van deze aanpak bestaat erin dat men verder gaat dan het tradionele (politionele) beeld van de strijd tegen veiligheidsfenomenen.

De implementatie van dit concept gebeurt via een geïntegreerde aanpak die berust op de samenwerking van alle betrokken actoren uit verschillende sectoren en beleidsniveau’s, waarbij ieders bevoegdheden worden gerespecteerd en dit om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor deze problematiek.

Dit houdt ook in dat de samenhang tussen de bestaande maatregelen, instrumenten, plannen, … meer op elkaar moet worden afgestemd en moet worden verzekerd (cfr het zonaal (politioneel) veiligheidsplan, een eventueel veiligheids- en preventiecontract, het parketbeleid, het lokaal sociaal beleidsplan, …).
Onderstaande figuur geeft schematisch weer dat een probleem geanalyseerd wordt in al haar facetten, en dat vervolgens de acties van de verschillende partners, die een impact hebben op al deze facetten, op elkaar dienen te worden afgestemd (geïntegreerd) voor een maximaal resultaat. Over het algemeen zou dit veiligheidsbeleid uitgewerkt en besproken moeten worden met alle actoren die rechtstreeks of onrechtstreeks bevoegd zijn inzake veiligheid.

Hier worden er een aantal pistes aangeboden, alsook enkele nuttige tips om de slaagkansen van een lokaal veiligheidsbeleid te vergroten:

Sommige moeilijkheden zijn evenwel onomkeerbaar want ze zijn gebonden aan de huidige Belgische organisatie, zowel op lokaal, provinciaal als op federaal vlak. Er dient dus rekening mee te worden gehouden gedurende het gehele ontwikkelings- en implementatieproces van een lokaal veiligheidsbeleid.

Uitgangspunten:

1. opzetten van een netwerk van partners waarvan het mandaat en de opdrachten duidelijk worden vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen;
2. bepalen en duidelijk verdelen van de verschillende verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van elke partner en naleving van de democratische werkingsregels;
3. sturen van het beleid door de burgemeester en ondersteuning tijdens de implementatie van het proces;
4. permanente aandacht voor zowel proactie, preparatie, preventie als reactie en ook voor de opvolging van de daders en de slachtoffers;
5. indien mogelijk vertaling van het lokaal integraal veiligheidsbeleid in een plan of een nota waarin een bepaald aantal prioriteiten, nuttige middelen, de voorziene timing … worden vastgelegd in overleg met de andere partners om dit beleid gemakkelijker te verstevigen, te implementeren, te communiceren en te evalueren;
6. vastleggen van realistische, concrete en meetbare doelstellingen;
7. voorzien van een intern en extern communicatieplan. Een goede en heldere informatieuitwisseling is gunstig voor de goede verstandhouding en het overleg, met inachtneming van ieders verschillende bevoegdheden;
8. goedkeuring van het beleid (in de vorm van een document, nota of plan) door het college, de gemeenteraad evenals alle partners en de bevolking, zodat het draagvlak en ook de betrokkenheid vergroot.

Voorwaarden:

1. het lokaal integraal veiligheidsbeleid en een lokaal integraal veiligheidsplan (hierna “LIVP” genaamd) vormen de basis van alle onderhandelingen en afspraken met betrekking tot veiligheids- en leefbaarheidsproblemen;
2. het aantal gemeentelijke portefeuilles kan als gevolg hebben dat duidelijkheid ontbreekt bij de verdeling van de taken. Een integraal veiligheidsbeleid veronderstelt tevens een horizontale dynamiek binnen de gemeentelijke organisatie;
3. de burgemeester beschikt niet altijd over de nodige informatie of bevoegdheden om de rol van regisseur van het lokaal integraal veiligheidsbeleid te kunnen uitoefenen;
4. de burgemeester heeft niet altijd invloed op alle oorzaken van onveiligheid, overlast en criminaliteit (cfr. socio-economische oorzaken, werkloosheid, …), ook de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten alsook de provincies beschikken over een bepaald aantal sleutels; men moet dus goochelen met de bevoegdheden van de verschillende betrokken partijen en werken vanuit een complementair oogpunt;
5. indien de burgemeester een ééngemeentezone vertegenwoordigd, zal een afstemming van de gemeentelijk veiligheidsbeleid met het zonaal politiebeleid meer voor de hand liggen.

Indien de burgemeester een meergemeentenzones vertegenwoordigd ligt dat iets moeilijker, aangezien het zonale politiebeleid rekening zal moeten houden met gemeentelijke prioriteiten die per gemeente kunnen verschillen.

Indien in dit geval er een eigen integraal veiligheidsbeleid en dito plan zijn uitgetekend, kunnen er eveneens makkelijker de prioriteiten worden gesteld binnen een zonaal politiebeleid. Zo kunnen er meer eigen accenten gelegd worden in het zonaal (politioneel) veiligheidsplan en wordt zo een politieke onderbouwing bekomen van het veiligheidsbeleid binnen het schepencollege en de gemeenteraad.

De actoren
Het beleidsniveau
De opstelling

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License

SSL configuration warning

This site has been configured to use only SSL (HTTPS) secure connection. SSL is available only for Pro+ premium accounts.

If you are the master administrator of this site, please either upgrade your account to enable secure access. You can also disable SSL access in the Site Manager for this site.