Rampenplanning

Door Lynn Vandecasteele

Rampenplanning

3 fasen en 5 disciplines

3 fasen

Gemeentelijke fase De interventie van de hulpdiensten gebeurt wanneer de omvang van de situatie het beheer van de burgemeester vereist.
Provinciale fase De interventie van de verschillende hulpdiensten hangt af van twee factoren. Namelijk als de omvang van de situatie het beheer van de gouverneur vereist en wanneer de gevolgen van de noodsituatie de gemeente overschrijdt.
Federale fase Als het beheer van de noodsituatie op nationaal niveau vereist is.

5 disciplines

Discipline 1: hulpoperaties

Verantwoordelijke: de brandweer.
Taken:

  • het beheersen van een ongeval en het blussen van een brand;
  • het zoeken en redden van personen en goederen;
  • het versterken van dijken en het installeren van hulpverlening;
  • het verwittigen van de autoriteiten.

Discipline 2: geneeskundige en sanitaire hulpverlening

Verantwoordelijke: de DMH (ambulance, MUG, artsen …).
Taken:

  • het oproepen van verzorgingspersoneel;
  • de triage en evacuatie van slachtoffers;
  • de materiële en psychologische begeleiding;
  • het oprichten van een hulppost;
  • de hulp bieden bij identificatie van een slachtoffer.

Discipline 3: politie

Verantwoordelijke: de lokale politie en indien nodig ook de federale politie.
Taken:

  • ordehandhaving;
  • het ondersteunen van andere disciplines;
  • gerechtelijke onderzoeken voeren.

Discipline 4: logistiek

Verantwoordelijke: de civiele bescherming, openbare brandweerdiensten of gespecialiseerde openbare of private diensten.
Taken:

  • vervoer;
  • versterken van het personeel;
  • logistiek: bevoorrading van levensmiddelen, speciaal reddingsmateriaal …;
  • het opsporen en bestrijden van gevaarlijke stoffen.

Discipline 5: communicatie

Verantwoordelijke: de minister van binnenlandse zaken, de provinciegouverneur of de burgemeester.
Taken:

  • informatie verstrekken1 aan de bevolking.

De veiligheidscel

Noodsituaties op lokaal vlak moeten voldoende aandacht krijgen en hiervoor wordt door elk lokaal bestuur verplicht een veiligheidscel opgericht. In de veiligheidscel zitten mensen vanuit verschillende disciplines. Er worden ook verschillende nood- en interventieplannen opgesteld.

Taken:

  • het actualiseren van nood- en interventieplannen en de bestemmeling ervan op de hoogte brengen;
  • het organiseren van oefeningen;
  • het evalueren van de noodsituaties en de oefeningen;
  • het opmaken van een risico-inventaris en -analyse.

De veiligheidscel bestaat uit de burgemeester, de vertegenwoordiger van elke discipline en de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de noodplanning.

Federale dienst openbare hulpverlening

De gouverneur is, als hoofd van de provincie, bevoegd voor de veiligheid en het opstellen van rampenplannen. Hij is de aangewezen persoon voor het provinciaal noodplan, wanneer de ramp de provinciegrenzen overschrijdt. Toch, de burgemeester behoudt de verantwoordelijkheid om de veiligheid van de inwoners van zijn gemeente, hun bezittingen en hun omgeving te waarborgen. Als de provinciale fase wordt afgekondigd, waarbij de directe gevolgen het grondgebied van de gemeente overschrijden, wordt de noodsituatie beheerd door de gouverneur.

Het crisiscentrum

De algemene directie crisiscentrum (ADCC) helpt de federale regering bij de noodplanning, het interdepartementaal beheer van de crisissituaties en belangrijke gebeurtenissen. Het centrum is 24 uur per dag en 7 dagen op 7 stand-by voor de Belgische openbare instanties. De ADCC coördineert ook het crisisbeheer op nationaal niveau. Het steunt daarnaast ook het regionale en lokale niveau. Als er zich een crisis voordoet of een incident van internationale aard, dan is de ADCC het officiële Belgische contactpunt van de regering voor de andere betrokken landen.

Filmpje over het crisiscentrum

B-fast

B-fast werd opgericht in het jaar 2000. Het Belgian First Aid and Support Team is een snelle interventiestructuur die hulp verstrekt bij een ramp die veroorzaakt is door mensen of de natuur. Het doel bestaat erin om de eerste noodhulp t verstrekken binnen de 12 uur na de beslissing tot interventie. Een B-fast zending mag niet langer duren dan 10 dagen.
Er zijn drie voorwaarden nodig om het B-fast team te activeren:

  • de hulpdiensten van het getroffen land zijn niet meer in staat om de nodige hulp te verlenen en het leven en de gezondheid van de mensen is in gevaar;
  • de autoriteiten van het land moeten de hulp vragen aan België;
  • er mag geen gewapend conflict zijn in het land waar de hulp gevraagd wordt.

Bronvermelding

VERZELE H. Organisatie van de publieke en private veiligheidssector. Ipsoc-Katho, ongepubliceerde cursus, Kortrijk, 2008-2009.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License

SSL configuration warning

This site has been configured to use only SSL (HTTPS) secure connection. SSL is available only for Pro+ premium accounts.

If you are the master administrator of this site, please either upgrade your account to enable secure access. You can also disable SSL access in the Site Manager for this site.